Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Hofmeester

betekenis & definitie

HOFMEESTER, m. (-s), (hist.) intendant, opperceremoniemeester aan het hof van een vorst; hofmeier;

— Groot-Hofmeester, een der groot-officieren bij de Vrijmetselaars;
— (op stoombooten) persoon belast met de zorg voor de maaltijden en de bediening van het buffet;
...MEESTERES, v. (-sen).