Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Hoerekind

betekenis & definitie

HOEREKIND, o. (...kinderen), onwettig kind; (zegsw.) met leenen volle neef, met weeromgeven hoerekind, schertsend gezegd van iem. die liever leent dan teruggeeft;

— meer geluk hebben dan een hoerekind, veel voorspoed hebben;
— (fig.) gemeen persoon, listig mensch;
— (gew.) zekere visch, kolblei;
— (gew.) benaming voor zekere schaaf, horletoet;
— (ook) een verlengstuk dat op den heipaal wordt gezet bij het heien met de hand.