Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Hoenderbeet

betekenis & definitie

HOENDERBEET, v. eene soort van doovenetel (lamium amplexicaule); gew. ook benaming voor muur (stellaria media);

...BORST, v. (-en), kippeborst;
...BOUT, m. (-en),
...BOUTJE, o. (-s), het bovenbeen van een gebraden hoen, met het daaraan zittende vleesch;
...CHOLERA, v. zeer besmettelijke hoenderziekte die soms geheele hoenderparken vernietigt;
...DIEF, m. (...dieven), die hoenders steelt, inz. van een vos gezegd; (gew.) kijken als een hoenderdief, gluipend van onder de klep van zijn pet enz. kijken;
...DOOD, m. hoendercholera; (ook) benaming van zekeren vogel, kiekendief;
...DREK, m. mest van hoenders;
...EI, o. (-eren), kippenei;
...FOKKERIJ, v. (-en), plaats waar hoenders worden gekweekt;
...HAKSEL, o. stoofsel van jonge hoenders;
...HOF, m. (...hoven), hof of tuin waar hoeders worden gehouden;
...HOK, o. (-ken), kippenhok.