Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Hoeker

betekenis & definitie

HOEKER, m. (-s), zeker tamelijk plat gebodemd visschers- en transportvaartuig, breed van boeg en achtersteven, gewoonlijk met twee masten en hooge kajuit aan het achterschip; (eig.) een vaartuig dat met hoekwant vischt, vroeger ook hoekboot genoemd.