Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Hoede

betekenis & definitie

HOEDE, v. bewaking, bewaring, beschermer: God neme u onder Zijne hoede;

— zorg: ik vertrouw haar aan uwe hoede toe;
— voorzorg, behoedzaamheid: wees op uw hoede, neem u in acht, houd een oog in ’t zeil.