Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Hijschen

betekenis & definitie

HIJSCHEN, (heesch, heeft geheschen), in de hoogte halen, naar boven trekken door middel van over katrollen loopende touwen: het anker, de zeilen hijschen; eene kist naar boven hijschen; de vlag is in top geheschen;

— iets, iem. met veel krachtsinspanning naar boven brengen;
— zeer veel drinken: bier, champagne hijschen. HIJSCHER, m. (-s), die hijscht.