Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Heuglijk

betekenis & definitie

HEUGLIJK, bn. (-er, -st), verblijdend, tot blijdschap stemmend eene heuglijke gebeurtenis; eene heuglijke zaak, waarover men zich verheugt; een heuglijk feest, gedenkwaardig, onvergetelijk. HEUGLIJKHEID, v.