Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Hert

betekenis & definitie

HERT, o. (-en), zeker bekend zoogdier (cervus), behoorende tot de orde der herkauwers, dat in de bosschen leeft en zeer rank van bouw en vlug van bewegingen is; inz. heet het mannetje (dat een gewei draagt) hert, het wijfje hinde: jacht maken op een hert; herten en reeën;

— (nat. hist.) als benaming van een der geslachten der hertachtige dieren, waartoe, behalve het gewone of edelhert, o. a. gerekend worden het rendier, de eland, het damhert en de ree;
— vliegend hert, zekere groote kever, wiens bovenkaken op het gewei van een hert gelijken (lucanus cervus). HERTJE, o. (-s).