Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Herderloos

betekenis & definitie

HERDERLOOS, bn. zonder herder: herderlooze kudden; (fig.) zonder geestelijken leidsman: de gemeente was jarenlang herderloos, maar nu heeft zij weder een predikant.