Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Herderlijk

betekenis & definitie

HERDERLIJK, bn. bw. wat op een herder betrekking heeft, van een herder herderlijke tooneelen, gelijk die, welke in herdersdichten worden geschilderd;

— van een geestelijken herder een herderlijke brief, een schrijven door den Paus of een bisschop aan zijne geloovigen gericht;
— (fig.) eene herderlijke raadgeving, een gemoedelijke raad ten bate van iemands zieleheil;
— bw. op herderlijke wijze iem. herderlijk vermanen, van een geestelijke die een zijner leeken over zijn gedrag onderhoudt.