Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Henzen

betekenis & definitie

HENZEN, (hensde, is gehensd), (eig.) iem. in eene vereeniging (hansa) opnemen; thans alleen (verouderend) nog gewest, van iem. die voor het eerst eene zee bevaart en bij die gelegenheid wordt ingewijd, of van nieuwe dienstboden die bij het binnentreden van het huis met water worden begoten.