Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Henna

betekenis & definitie

HENNA, v. eene struik met spitse blaren en geelachtig tot roode bloemen (lawsoina inermis) van Oost-Afrika tot Oost-Indië voorkomende; de bruinroode wortel dient als verf- en als geneesmiddel; met de bladeren verven Oostersche volken hun nagels en andere lichaamsdeelen oranjegeel.