Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Hemelkaart

betekenis & definitie

HEMELKAART, v. (-en), sterrenkaart;

...KONINGIN, v. de koningin der goden, Juno; (R. K.) de Maagd Maria;
...KRING, m. (-en), kring dien men zich aan het hemelgewelf getrokken denkt en op de hemelglobes teekent, ten einde er zich te kunnen orienteeren;
...LICHAAM, o. (...lichamen), een in het hemelruim zwevende bol (zon, maan en sterren);
...LICHT, o. (-en), licht aan den hemel, inz. gezegd van de sterren; (gew.) weerlicht;
...LOOP, m. de loop der sterren aan den hemel;
...PLEIN, o. planisfeer, de afbeelding van den halven sterrenhemel op een plat vlak;
...POORT, v. (-en), poort die toegang geeft tot den hemel;
...REIN, bn. zeer rein: het hemelrein gemoed; hemelreine akkoorden;
...RIJK, o. de hemel, het verblijf der gezaligden; (zegsw.) des menschen zijn is zijn hemelrijk, eens menschen lust, eens menschen leven;
...ROND, o. hemelgewelf: het ruime hemelrond vertelt met blijden mond Gods eer en heerlijkheid;
...RUIM, o. luchtruim.