Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Hemdsboord

betekenis & definitie

HEMDSBOORD, m. (-en), het al of niet gesteven halsboord van een hemd;

...KNOOP, m. (-en);
...KNOOPJE, o. (-s), knoop om het hemd dicht te maken;
...KRAAG, m. (...kragen), hemdsboord;
...MOUW, v. (-en), mouw van een hemd alle dagen een draadje is een hemdsmouw in 7 jaar, veel kleintjes maken een groot;
— (inz.) mouw van een overhemd: hij stond in zijne hemdsmouwen buiten, zonder jas aan;
...SLIP, v. (-pen), slip van een manshemd
— (plat) iets aan zijn hemdslip vegen, met zijn hemdslip afvegen, zich er niet om bekreunen.