Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Helderheid

betekenis & definitie

HELDERHEID, v. het helder zijn, heldere klank eene stem vol helderheid;

— glans, klaarheid: de meerdere of mindere helderheid eener vlam;
— onbewolktheid maanden van de minste helderheid of der meeste bewolking;
— zindelijkheid er heerscht netheid en helderheid;
— duidelijkheid welk eene helderheid van denkbeelden;
— helderheid van geest.