Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Heimwee

betekenis & definitie

HEIMWEE, o. zekere ziekelijke vorm van melancholie, veroorzaakt door een sterk, onbevredigd verlangen naar den geboortegrond zij heeft het heimwee; ik kreeg heimwee.