Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Heftig

betekenis & definitie

HEFTIG, bn. bw. (-er, -st), driftig, onstuimig (in woord of gebaar): hij werd heftig; in heftigen toom ontstoken; hij gaf een heftig antwoord; heftige gebaren; heftig van aard zijn, een heftig karakter hebben, vurig, hartstochtelijk;

—, bw. op heftige wijze heftig spreken; hij voer heftig tegen mij uit; het voorstel werd heftig bestreden, hevig, fel, HEFTIGHEID, v.