Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Heenloopen

betekenis & definitie

HEENLOOPEN, (liep heen, is heengeloopen), wegloopen boos liep hij heen;

— loop heen !, loop rond !, dat meent ge niet, ik geloof er niets van.