Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Heelegaar

betekenis & definitie

HEELEGAAR, bw. geheel en al: het is heelegaar stuk;

...GANSCH, bw. (gew.) heeiegaar;
...MAAL. bw. geheel en al: hij is heelemaal in de war.