Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Hechtspijker

betekenis & definitie

HECHTSPIJKER, m. (-s). (timm.) spijker waarmede het schotwerk voorloopig bevestigd wordt;

...VEZEL, v. (-s), (plantk.) hechtdraad;
...WORTEL, m. (-s), (plantk.) kleine wortels langs den stam en de groote takken waarmede eene klimplant zich aan iets vasthecht (zooals bij het klimop).