Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Hazevel

betekenis & definitie

HAZEVEL, o. (-len), huid van een haas;

— (Zuidn.) het hazevel aantrekken, het hazenpad kiezen;
...VOET, m. (-en), de voet van den haas; (fig.) (gew.) op hazevoeten gaan, op de kousen loopen; (ook) zekere plant, hazepoot.