Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Hazenslaap

betekenis & definitie

HAZENSLAAP, m.,

...SLAAPJE, o. (-s), (fig.) onvaste, lichte slaap een hazenslaapje doen, sluimeren, de oogen eene korte poos sluiten; (soms ook) geveinsde slaap.