Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Havenanker

betekenis & definitie

HAVENANKER, o. (-s), anker, dat altijd op dezelfde plaats, inz. in de havens aan den oever bevestigd is, om er de schepen met een touw aan vast te maken;

...BEDRIJF, o.;
...BOOM, m. (-s), havenstoomboot;
...DAM, m. (-men), dam langs eene haven tot keering van het buitenwater;
...DIENST, m. politiedienst in eene haven een bootje voor den havendienst;
...DIJK, m. (-en), dijk langs eene haven;
...DOK, o. (-ken), eene kleine haven in eene grootere.