Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Haus

betekenis & definitie

HAUS, m. (-en), de grootste soort van steur (acipenser huso); hij kan 9 M. lang en 1600 KG. zwaar worden een haus kan tot 150 KG. kaviaar opleveren.