Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Harteloos

betekenis & definitie

HARTELOOS, bn. geen hart hebbende: de harteloozen, eene orde der kraakbeenvisschen (leptocardii), waartoe o. a. de slakprik behoort;

— (fig.) hardvochtig, onmeedoogend, geen gevoel hebbende: een harteloos mensch;
— laaghartig: eene hartelooze daad;
— (w. g.) geen moed hebbende, lafhartig. HARTELOOSHEID, v.