Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Harpuis

betekenis & definitie

HARPUIS, o. (zeew.) eene soort van hars met lijnolie en vet (eertijds met zwavel, koehaar en giasgruis) samengekookt voor het snieren van stengen en rondhouten tegen den houtworm; (Z. A.) mengsel van zwavel en hars om meubels op te wrijven;

—LEPEL, m. (-s), om het harpuis mede op te scheppen.