Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Harpij

betekenis & definitie

HARPIJ, v. (-en), (fab.) benaming van zekere mythische wezens in de gedaante van roofvogels met meisjesgezichten en met armen die in klauwen eindigen; ook als heraldische figuur;

— (fig.) booze vrouw, feeks;
— (nat. hist.) grootste arend van Zuid-Amerika (thrasaëtus destructor) met zeer krachtige teenen en klauwen, kan 1 M. lang worden.