Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Harnassen

betekenis & definitie

HARNASSEN, (harnaste, heeft geharnast), een harnas aandoen zich harnassen, (fig.) zich wapenen, harden, sterken; (fig.) ergens legen geharnast zijn, er op gewapend, toegerust zijn.