Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Hanze

betekenis & definitie

HANZE, ook HANSA, v. (hist.) een verbond van buitenlandsche handelaars om elkaar te helpen en te beschermen, koopmansgild; (inz.) het verbond der Noordduitsche handelssteden (van de 13de tot de 17de eeuw), waartoe ook verschillende Nederlandsche en eene Vlaamsche stad behoorden;

— (thans) bond van R. K. vereenigingen tot bevordering van den handeldrijvenden en industrieelen middenstand (opgericht in 1902).