Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Hangkamer

betekenis & definitie

HANGKAMER, v. (-s),

...KAMERTJE, o. (-s), eene soort van halve verdieping in eene hooge kamer, die haar licht ontvangt van het bovenste gedeelte der ramen, opkamer;
...KAP, v. (-pen), (bouwk.) eene lage kapoverspanning, zooals b. v. die van de schuren van molens;
...KAST, v. (-en), eene kast waarin men kleedingstukken kan ophangen;
...KETTING, m. (-en), de ketting waaraan iets opgehangen wordt, inz. waaraan de val eener ophaalbrug hangt;
...KLOK, v. (-ken), hangend uurwerk;
...KOMPAS, o. (-sen), (zeew.) een kompas dat aan de zoldering der kajuit hangt;
...KORF, m. (...korven), een korf, die op den rug wordt gedragen of door den ezel op zijde, (ook wel) eene mand die onder aan den wagen hangt;
...KOUSJE, o. (-s), gloeikousje voor hangend gloeilicht;
...LAMP, v. (-en),
...LANTAARN, v. (-s), die aan de zoldering hangt;
...LICHT, o (-en), licht van een hangkousje;
...LIP ni. en v. (-pen), iem. met een hangende onderlip, pruiler;
— paard dat het gebrek heeft de lip los te laten hangen;
...LOODJE, o. (-s), (bouwk.) opgebogen reepje lood, om de panlatten bij de kepers gewonden, ten einde er een stuk dakpan in te kunnen hangen;
...MAT, v. (-ten), een hangend net, stuk zeildoek waarin men ligt of slaapt (op schepen, in kazernes enz.); in eene hangmat in een bosch liggen lezen;
...MOUW, v. (-en), afhangende mouw.