Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Hangend

betekenis & definitie

HANGEND, bn. neerhangend: hangende ooren; hangende borsten;

— met hangende lip, pruilende, naar schreien staande;
— dat meisje heeft nog hangend haar, niet in vlechten gebreid of opgestoken;
— (fig.) met hangende pootjes bij iemand komen. gedwee, onderdanig, als een hondje dat moet „opzitten”;
— met hangende wieken te huis komen, beschaamd wederkeeren;
— een hangend dak, stroodak waarbij de aardeinden van het stroo naar boven worden gelegd;
— de hangende tuinen van Babylon, van Semiramis, (hist.) een der zeven wonderen der wereld: groote terrassen, die op muren en kolommen rustten en tot tuinen waren aangelegd;
— het proces is nog hangende, onbeslist, nog niet afgedaan;
— de onderhandelingen zijn nog hangende, nog gaande, nog niet geëindigd.