Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Handzaam

betekenis & definitie

HANDZAAM, bn. (...zamer, -st), (van personen) handelbaar een handzaam man;

— (van het weder) dragelijk, niet hinderlijk het weder is wel zoo handzaam als gisteren; een handzame wind, die den zeeman niet belemmert in zijne verrichtingen;
— handig, geschikt voor het gebruik een handzame beitel.
HANDZAAMHEID, v.