Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Handschaaf

betekenis & definitie

HANDSCHAAF, v. (...schaven), (timm.) kleine schaaf, reischaaf;

...SCHAAR, v. (...scharen), metaalschaar voor het knippen van dunne platen, kleine blikschaar;
...SCHERM, o. (-en), vuurscherm.