Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Handreiken

betekenis & definitie

HANDREIKEN, (handreikte, heeft gehandreikt), iemand de hand reiken, hem helpen, bijstaan. HANDREIKER, m. (-s), HANDREIKSTER, v. (-s), die iets met de hand toereikt. HANDREIKING, v. (-en), het reiken of toesteken der hand: de drenkeling werd door handreiking gered; overgave met de hand; hulp, ondersteuning: zij heeft al eene heele handreiking aan haar dochtertje; iemand handreiking doen, hem helpen; den armen milde handreiking doen, weldadig zijn.