Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Halte

betekenis & definitie

HALTE, v. (-n), plaats waar een spoortrein of tram korten tijd stilhoudt om reizigers uit te laten en op te nemen; gewoonlijk voorzien van een klein perron en een wachtlokaaltje of een afdak wat men bij eene stopplaats niet aantreft;

—CHEF, m. (-s), chef aan zulk eene halte;
—GEBOUW, o. (-en);
—OVERSTE, m. (-n), (Zuidn.) haltechef.