Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Halfvasten

betekenis & definitie

HALFVASTEN, v. (R. K.) het midden der vasten, de Donderdag van de derde vastenweek; (ook) vierde Zondag (Laetare) in de Vasten; halfvasten werd eertijds (en op sommige plaatsen nu nog gevierd met optochten, jaarmarkten enz.: de Graaf, de Prins van halfvasten;

—MARKT, v. (-en);
—PRET, v.