Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Halfslag

betekenis & definitie

HALFSLAG, o. wat niet voor vol kan gelden zoo’n kind van vijftien jaar is maar half slag, ze kan toch het zware werk niet doen; 't is maar een half slag paard;

— (van een uurwerk) het slagwerk der halve uren „slaat de klok heel ?” „neen, *t is half slag.”