Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Hakkelen

betekenis & definitie

HAKKELEN, (hakkelde heeft gehakkeld), uithakken, insnijden, inkepen een gehakkelde bout; een stuk meubelsits met gehakelden rand;

— (gew.) klein hakken: hij hakkelt alles kort en klein; klein scheuren, aan flarden scheuren, in de uitdr. met gehakkelde (gescheurde) kleeren loopen;
— stotteren, stamelen, niet vlot spreken of lezen zijn toast ging eerst vlot, maar al heel gauw begon hij te hakkelen;
— zich hakkelend verontschuldigen. HAKKELING, v.