Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Haarbreed

betekenis & definitie

HAARBREED, o. in de uitdr. geen haarbreed, niet de breedte van een haar, niets hij week geen haarbreed; het scheelde geen haarbreed, of hij was overreden.