Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Haakbloem

betekenis & definitie

HAAKBLOEM, v. (-en), (gew.) haaklelie:

...BLOK, o. (-s, -ken), een blok of katrol met een haak;
...BOEKJE, o. (-s), boekje, waaruit het haken wordt geleerd; boekje met verschillende haakpatronen:
...BORD, o. (-en), timmermanswaterpas;
...BOUT, m. (-en), bout die met een haak voorzien is;
...BUS, v. (-sen), (eert.) eene soort van vuurwapen, dat een haak aan de schacht had;
...GAREN, o. soort van garen om mede te haken;
...IJZER, o. (-s), haaks omgebogen gereedschap van den draaier;
...KNEVEL, m. (-s), een groote omgebogen knevel of snor:
...LAARS, v. (...zen) laars die met haakjes en veters vastgemaakt wordt;
...LASCH, v. (...lasschen), (timm.) haaksgewijs gemaakte lasch of houtverbinding;
...LELIE, v. (...liën), (gew.) zekere plant, Ielie-narcis;
— eene potbloem (agapanthus umbellatus) in ZuidAfrika.