Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Gymnastiek

betekenis & definitie

GYMNASTIEK, v. ook GYMNASTIE, de kunst en leer der stelselmatige lichaamsoefeningen, waardoor de spierkracht, gezondheid en schoonheid van het menschelijk lichaam bevorderd worden; (ook) die oefeningen zelf gymnastiek doen, gymnastiseeren;

— naar de gymnastiek gaan, op de gymnastiek zijn, naar, op de gymnastiekles gaan of zijn;
— ook in talrijke samenstellingen die op het onderwijs of de beoefening der gymnastiek betrekking hebben gymnastiekleraar, -les, -cursus-, -school, -zaal; gymnastiektoestellen (waaraan de gymnastische oefeningen worden verricht); gymnastiekschoenen (die men bij het gymnastiseeren draagt); gymnastiekvereeniging, -verbond (vereeniging, bond van gymnasten); gymnastiekuitvoering (voorstelling gegeven door gymnasten), enz.