Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Grutterskar

betekenis & definitie

GRUTTERSKAR, v. (-ren), grutters wagen;

...KOST, m. kost of eten van grutterswaar bereid we eten vanmiddag grutterskost;
...MOLEN, m. (-s), grutmolen;
...WAAR, v. (...waren), waar die de grutter verkoopt: boekweitegort, haverdegort, rijst, meel, boonen, erwten, vogeltjeszaad enz.;
...WAGEN, m. (-s), de wagen waarmede de grutter zijn waren vervoert;
...WINKEL, m. (-s), de winkel waar de grutter zijn waren verkoopt.