Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Grootbrengen

betekenis & definitie

GROOTBRENGEN, (bracht groot, heeft grootgebracht), (van kinderen) ze door gestadige zorg van zuigelingen tot volwassen persoon doen opgroeien van al hare kinderen heeft zij er maar één mogen grootbrengen, al de andere zijn vroeg gestorven; er behoort wat toe voor eene weduwe om hare kinderen alleen groot te brengen; hij was grootgebracht in het Katholiek geloof, daarin opgevoed.