Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Grondtoon

betekenis & definitie

GRONDTOON, m. (...tonen), (nat.) de laagste toon die eenig lichaam kan voortbrengen;

— (muz.) de laagste toon van een akkoord;
— (ook) de toon op welken de scala eener groote of kleine tertstoonsoort gebouwd is;
— (ook) de toon welks schaal den grondslag van een muziekstuk vormt;
— (fig.) uit een anderen grondtoon spelen, van wat nieuws, wat anders spreken;
— de leidende gedachte of het motief van een dichtstuk, van een betoog, een gesprek enz., dat wat als het ware onder en door alles heen wordt gehoord: de grondtoon van een gedicht, boete was de grondtoon van zijn prediking;
— de grondtoon onzer eeuw, het wezenlijke, eigenaardige, kenschetsende in de denkwijze van onzen tijd
— (schild.) de algemeene toon, hoofdtoon van eene schilderij: de grondtoon is bruin.