Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Grommelen

betekenis & definitie

GROMMELEN, (grommelde, heeft gegrommeld), rollen (van den donder) in de verte grommelde de donder; (w. g.) mompelen wat grommelt hij toch ?; knorren, mopperen je moet niet zoo grommelen.