Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Groefleger

betekenis & definitie

GROEFLEGER, o. de ligging van het gesteente in de groef;

— (van gehouwen steen) het vlak waarop en de richting waarin de steen in de groef gelegen heeft: het is volstrekt noodzakelijk den Maastrichtschen bouwsteen steeds op zijn groefleger te plaatsen, daar anders zijn samenhang spoedig verbroken wordt.