Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Grijskruid

betekenis & definitie

GRIJSKRUID, o. (plantk.) eene vrij algemeen op droge, zonnige gronden voorkomende kruisbloemige plant (berteroa incana), ook knoflookkruid geheeten;

— ook benaming voor het kruiskruid (senecio), zekere welriekende plant.