Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Grietman

betekenis & definitie

GRIETMAN, m. (-nen), (hist.) (tot aan 1795) de hoogste rechterlijke en burgerlijk-administratieve magistraatspersoon in eene grietenij;

— (van 1815 tot 1851) titel van het hoofd eener Friesche landgemeente;
— (zegsw.) hij haalt voor niemand uit, al was het ook de grietman, gezegd van iem. die koppig op zijn recht blijft staan.