Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Gravin

betekenis & definitie

GRAVIN, v. (-nen), regeerende of tot de regeering gerechtigde vorstin met den rang van een graaf Jacoba van Beieren was gravin van Holland en Zeeland; (ook) echtgenoote of weduwe van een graaf;

— (in den hedendaagschen Ned. adel) titel der vrouwelijke nakomelingen van een graaf; (ook) de echtgenoote van een graaf.