Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Graver

betekenis & definitie

GRAVER, m. (-s), grondwerker, aardwerker;

— (krijgsw.) mineur of sappeur, schansgraver;
— (in veenderijen) hoofdman van eene ploeg van waldijkers;
— (w. g.) doodgraver. GRAVERIJ, v. (-en), het graven naar of het vergraven van iets, inz. het vergraven van veen; de plaats waar gegraven wordt.